naam van onze gemeente


Onze gemeente is vermoedelijk ontstaan in een aantal fasen, telkens verbonden aan een periode van ontginning van het Zoniënwoud. De naam "Roda" wordt al in 1141 vermeld in een Latijnse akte. In die periode duiken ook andere namen voor dezelfde plaats op, met een gemeenschappelijke betekenis: ze duiden namelijk op een gerooide plaats in een bos. Van de 9de tot de 12de eeuw werden grote delen van het Zoniënwoud ontbost.


Het Zoniënwoud speelde ook een economische rol. Eeuwenlang was het de enige bron van inkomsten voor de inwoners, die van takken bezems maakten. Vandaar ook de bijnaam van de Rodenaren: de "Bezembinders".

SintGenesiusDe keuze voor Sint Genesius als patroonheilige is moeilijker te verklaren. Genesius zou een toneelspeler zijn geweest aan het hof van de Romeinse keizer Diocletianus. Daar werden vaak toneelstukken opgevoerd om de christenen belachelijk te maken. De beste imitator was Genesius, omdat hij stiekem zelf christen was geworden. Uiteindelijk kwam de keizer het te weten en liet hij Genesius folteren in de hoop hem op andere gedachten te brengen. Genesius was echter vastbesloten christen te blijven en werd daarom onthoofd op 25 augustus 285.

Het is niet bekend hoe en wanneer Genesius de patroonheilige van de gemeente is geworden. Het enige dat men weet, is dat rond het midden van de 17de eeuw de relikwieën van de heilige Genesius naar de kerk van Rode gebracht werden.